5 oktober, 2021

Angelique kreeg twee keer de diagnose blaaskanker. Wat dit met haar deed, stopte ze weg. Tot ze instortte. Bij het Helen Dowling Instituut ging haar masker af. Met haar humoristische en energieke inborst maakte ze een verrassende theatervoorstelling over wat kanker met je doet.

“Ik had al bijna twee jaar iedere keer een beetje bloed in mijn urine. Ik schoof dat toe aan mijn menstruatie, een blaasontsteking; onschuldige klachten dus. Toen ik het in december 2016 tegen mijn huisarts zei, dacht ik dat ik een antibioticum mee zou krijgen en klaar. Maar ze ondernam meteen actie. In het ziekenhuis werd duidelijk dat ik een tumor had in mijn blaas. Ik was compleet verbouwereerd. Omdat ik er al zo lang mee had gelopen, wilde de arts het zo snel mogelijk eruit halen. Of ik me meteen wilde melden bij het opnameplein. In een soort roes ging ik van intake naar intake en leverde ik overal papiertjes in.

Een knal

Thuis wilde ik me niet laten kennen. Ik wilde dat alles hetzelfde bleef voor mijn man, mijn dochter van toen tien en mijn zoon van veertien. Dus huilde en sliep ik alleen als zij er niet waren. Zodra ze thuis kwamen leek het alsof er niets veranderd was. De operatie en chemobehandeling waren binnen vijf dagen. Ik was totaal niet voorbereid op de impact die dit op mijn lijf had. Ook de controles die je daarna elke drie maanden moet ondergaan. Camera erin, camera eruit. Het voelde alsof de onderkant niet meer van mij was. Eigenlijk was dat ook hoe ik kanker ervoer: alsof iemand je een knal geeft en je vervolgens weg bent.

Enorme aansteller

Toen de operatie was geslaagd wist ik direct: ik ga mijn leven keihard weer oppakken. Werken, de kroeg in, veel lachen, feesten. Tot ik vier maanden later compleet instortte. Ik was moe en moest steeds huilen. Er woorden aan geven lukte me niet. Mijn omgeving begreep het niet. ‘De kanker was toch weg?’ Dat was ook zo en ik begreep het zelf eigenlijk ook niet. Sterker nog, ik vond mezelf een enorme aansteller, er waren mensen die het veel erger hadden dan ik. Huilend ging ik naar de huisarts. Die zei direct dat ik het verwerken had overgeslagen. Hoezo, zei ik. Ik heb het er toch een paar keer over gehad met wat mensen en het is ‘maar’ blaaskanker? Ze verwees me naar het HDI.

Einde

Tijdens de gesprekken met mijn psycholoog realiseerde ik me dat het klopte wat de huisarts zei. Maar waarom? Waarom mag ik niet bang zijn? Waarom mag ik niet op de bank liggen en huilen waar mijn gezin bij is? Ik heb nota bene twee hele weken gedacht: dit is misschien wel het einde van mijn leven. Maar misschien was dat juist wel waarom ‘kanker’ er van mij niet mocht zijn. Omdat ik niet in dat zwarte gat wilde vallen, mocht ik niets voelen van mezelf. Ik realiseerde me ook toen pas hoe lastig het voor mijn gezin was dat ik ziek was, maar daar niets van deelde of liet merken.

Kwetsbaar

Precies een jaar na de eerste diagnose bleek de kanker terug. Ik was totaal overdonderd. Gelukkig zag ik dankzij de hulp van het HDI wel direct mijn valkuilen. Ik kon mijn verdriet tonen en hulp accepteren. Dutjes op de bank doen waar mijn gezin bij was, mijn kinderen vragen of ze boodschappen wilden doen. Kwetsbaar zijn, iets wat ik voorheen zag als zwak. Het bleek voor hen juist veel fijner. Ze hadden zich tijdens het vorige proces eenzaam gevoeld. Ik hoor regelmatig van vrienden dat zij nu veel meer van mij zien en mogen ontdekken.  Ikzelf voel dat ik meer verbinding met mensen maak, me meer openstel en beter kan luisteren. Hoe naar het ziek zijn ook was, is dit iets wat de behandeling me heeft opgeleverd wat ik koester.”

Angelique Dorrestijn is theatermaker en maakte een *humoristische & tegelijkertijd kwetsbare* theatervoorstelling over de achtbaan waar ze in kwam na de diagnose. Ze hoopt dat haar voorstelling Schoon eraan bijdraagt dat kanker bespreekbaar wordt en er meer begrip komt voor de fase erna. Schoon is nu te zien in het theater, kijk op: www.angeliquedorrestijn.nl