17 november, 2020

Latente non-hodgkinNa de chemo’s ging het ‘gewone’ leven vanzelf door. Ik had een baan, een peuter om voor te zorgen. Zelf stond ik onder hoogspanning. Ik heb een latente vorm van non-hodgkin wat betekent dat de ziekte elk moment weer kan oplaaien. In het ziekenhuis werd me aangeraden alles goed te regelen. Voogdij, een testament, want ja: de klok tikt door en ik wilde mijn kind toch goed achterlaten? Na alle chemo’s stortte ik me vol hierop. Bij wie wil ik dat mijn kind opgroeit? Hoe zorg ik dat ze een stabiele jeugd krijgt? En wat wil ik verder allemaal vastleggen voor als ik er niet meer ben? Intussen ging ik door. Met werken, met zorgen voor mijn kind. Als alleenstaande moeder moet je wel, financieel én praktisch gezien. Tot het moment kwam dat ik niet meer kon. Mijn omgeving snapte er niets van.”

Non-hodgkin luidde de diagnose, een week later lag ik al aan het eerste infuus. Je vliegt de medische molen in voor je er erg in hebt. Vanaf dat moment is er niemand geweest die mij informatie gaf over wat me wachten stond. Niemand om me gerust te stellen. Het enige wat ik wist was dat ik mijn haar zou verliezen, maar dat gebeurde juist niet. Driemaal heb ik verzocht om psychische bijstand in het ziekenhuis. Steeds had men het te druk. Uiteindelijk kwam ik bij een assistent psychische ondersteuning en die adviseerde me alles goed te regelen voor mijn kind, want ik had latente non-hodgkin en dus tikte de klok. Dat veroorzaakte alleen maar meer paniek. Ik voelde me zo alleen staan. Zo verloren. Als alleenstaande moeder is gewoon je ding doen al zwaar. Zonder kanker. Zonder doodsangst.

Ik zag er toch goed uit?

Na de kuren liep ik het ziekenhuis uit zonder enig idee wat me te wachten stond. Allerlei chemogerelateerde klachten overvielen me compleet. Zoals vermoeidheid, artrose, tanderosie. Ik probeerde er zelf mee te dealen. Zo gingen er acht jaar voorbij. In de overlevingsstand. Tot ik zo moe was dat het niet meer ging. Uit-ge-put was ik. Angstig. In paniek. Mijn omgeving snapte er niets van. We waren toch acht jaar verder? Het ging toch goed met me? Ik leek zo vrolijk? Ik zag er toch goed uit? Maar ik wist wel beter. Van binnen ging het niet meer en daar kon ik niet omheen. Niet meer. Ik kan dit niet meer alleen, wist ik toen. Via google vond ik uiteindelijk zelf het HDI. Waarom heeft iemand dit niet eerder tegen me verteld, dacht ik toen.

Erger voorkomen

Bij het HDI kreeg ik de hulp waar ik jarenlang naar snakte. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik opgevangen werd, met alle aandacht en zorg waar ik al die tijd zo’n behoefte aan had. Mijn therapeut leerde me verwerken wat me was overkomen en vooral ook hoe ik overeind kon blijven. Het HDI is het beste wat me is overkomen. Ook om met kanker te leren leven. Het leven mag doorgaan! Ik wens alle mensen met kanker en psychische klachten toe dat ze sneller bij het HDI terechtkomen, zodat ze overeind blijven tijdens die slopende ziekte. Ik ben uiteindelijk honderd procent afgekeurd. En vraag me vaak of het zover had moeten komen als ik eerder de hulp had gekregen die ik nodig had. Ik denk dat je met tijdig de goede zorg bieden erger kunt voorkomen en dat scheelt de samenleving uiteindelijk veel geld.”

Lees ook het verhaal van Sandra van Woudenberg en HDI’s Marije van der Lee in de Psycholoog.