16 december, 2020

Eerder heeft de BeMind studie aangetoond dat Mindfulness-Based Cognitieve Therapie via het internet, begeleid door een therapeut, effectief is voor het verminderen van angst en depressieklachten bij kanker. Door meer inzicht te krijgen in hoeverre deelnemers deze internettherapie gebruiken, kunnen we de therapie verder verbeteren. Zo kunnen we bijvoorbeeld bepalen welke groep deelnemers extra ondersteuning nodig heeft. Linda Cillessen publiceerde onlangs samen met haar collega’s van het Radboudumc en het Helen Dowling Instituut een paper hierover in het wetenschappelijk vaktijdschrift Journal of Medical Internet Research.

Gebruikers van internettherapie

Cillessen vond dat 14% van de 125 deelnemers niet startte met MBCT via internet (niet-gebruikers). Een kwart van de mensen maakte een start met de interventie maar stopte al binnen 3 sessies (minimale gebruikers). Een groep van 10% nam deel aan 4 tot 7 sessies van de in totaal 9 sessies (kleingebruikers) en ruim de helft (52%) maakte MBCT via internet helemaal af (grootgebruikers).

Angst voor terugkeer belemmert gebruik

Vervolgens keek Cillessen welke factoren eraan bijdragen of cliënten het programma wel of niet gebruiken. Deelnemers die het programma niet gebruikten hadden meer last van angst voor terugkeer van kanker dan deelnemers die het programma wel gebruikten. Deelnemers die veel angst ervaren vermijden deelname, mogelijk omdat zij liever niet geconfronteerd willen worden met hun angst. Grootgebruikers bleken meer consciëntieus dan degenen die het programma weinig gebruikten. Dit is niet verrassend want iemand die consciëntieus is heeft zelfdiscipline en dat is nodig bij internettherapie.

Meer gebruik, meer baat bij therapie

De grootgebruikers lieten een grotere afname van psychische klachten en een grotere toename van positieve mentale gezondheid zien na de internettherapie dan de andere deelnemers. Kortom, hoe actiever je deelneemt aan de internettherapie, hoe meer baat je erbij hebt.