9 december, 2019

Angst voor terugkeer van kanker is een normale en veelvoorkomende emotie nadat iemand de diagnose kanker heeft gekregen. Hoewel angst en onzekerheid logische reacties zijn, is er soms zoveel angst voor terugkeer van kanker dat deze spanning het dagelijks leven in de weg staat. Sanne van Helmondt onderzocht samen met collega’s van het Helen Dowling Instituut en Tilburg Universiteit of een online zelfhulp interventie behulpzaam is voor vrouwen met borstkanker in het omgaan met deze angst. Ze publiceerde hier onlangs een paper over in Psycho-Oncology.

Online zelfhulp programma

Eerder kwam al uit onderzoek naar voren dat patiënten behoefte hebben aan hulp bij het omgaan met angst voor terugkeer van kanker en dat nog onvoldoende krijgen. Het Helen Dowling Instituut heeft hiervoor een online programma ontwikkeld op basis van cognitieve gedragstherapie: Minder Angst bij Kanker. Dit programma wordt zowel blended (samen met face-to-face contact met de therapeut) gebruikt in de zorg, als aangeboden als zelfstandig programma, waarbij de patiënt het programma zonder begeleiding doorloopt.

Geen toegevoegde waarde

Van Helmondt onderzocht voor welke groep vrouwen met borstkanker deze onbegeleide vorm van online hulp iets zou toevoegen aan de bestaande zorg voor borstkankerpatiënten. In acht verschillende ziekenhuizen in Nederland werden 262 vrouwen geworven die hun behandeling voor borstkanker 1 tot 5 jaar geleden hebben afgerond. Door middel van loting werd bepaald of zij toegang kregen tot de online zelfhulp of alleen de gebruikelijke zorg. De resultaten laten zien dat het aanbieden van zelfhulp niet leidt tot minder angst voor terugkeer dan de gebruikelijke zorg. De onderzoekers hadden vooraf niet verwacht dat de online zelfhulp voor alle vrouwen een meerwaarde zou hebben. Ze wilden graag weten voor wie deze zelfhulp behulpzaam zou zijn en voor wie niet. Helaas werden hier geen voorspellers voor gevonden.

Professionele begeleiding nodig

Belangrijkste verbeterpunt volgens de deelnemers was dat ze graag een vorm van begeleiding wilden. Ze vonden het te moeilijk om alleen aan de slag te gaan met het programma omdat ze dan ook hun angst onder ogen moesten zien. Er was ook een groep die weinig tot geen last had van angst en daarom het programma niet gebruikte. De groep die het programma daadwerkelijk gebruikte bleek erg klein te zijn: van de 130 vrouwen die Minder Angst mochten volgen, heeft 65% procent ingelogd en heeft slechts 24% het programma meerdere weken gebruikt. Wanneer we specifiek naar de vrouwen kijken die het programma actief gebruikten zien we dat ze bij aanvang angstiger waren en bij hen leek de angst af te nemen.

Kortom, deze resultaten wijzen erop dat professionele begeleiding nodig is om patiënten gebruik te laten maken van het Minder Angst programma. Wanneer vrouwen actief gebruik maakten van online zelfhulp, leek het programma hun angst te verminderen. Deze resultaten zijn als input gebruikt voor vervolgonderzoek, het zogenaamde BLANKET project, waarin patiënten begeleiding ontvangen van hun huisarts en de POH-GGZ, na een training door het HDI.