7 september, 2017

Een paar jaar geleden trof ik haar lichtelijk uitgelaten in de wachtruimte. In paars, roze en zwart gekleed; hoofddoek met franje om. Een tikkeltje excentrieke, alleenstaande moeder van twee tienerdochters met een geschiedenis van overleven en een oersterke ‘ik’. Een beetje geamuseerd over haar vrolijkheid nam ik haar mee naar mijn kamer. Laverend tussen de meubels in de hal boog ze zich naar me toe en fluisterde: ‘Ik ben een beetje stoned’, waarop een onderdrukte giechel volgde.

Door: Joyce Vermeer, systeemtherapeut bij het HDI

In mijn kamer nam ze plaats in haar vaste stoel. Mijn vragende blik was genoeg voor haar om direct te gaan vertellen. Ze had ergens gelezen dat wietolie de tumorcellen deed slinken. Daardoor hoopte ze op een wonder, hoewel ze het al heel wat vond dat ze nu beter kon slapen en minder pijn had. Ze zat met uitgezaaide borstkanker al meer dan een jaar ‘in de reservetijd’, zoals ze het noemde, maar ze kreeg wel meer pijn en werd steeds vermoeider en zwakker. Ze was altijd stoer en autonoom geweest en ze wilde zich nog zo lang als mogelijk zo voelen. De aangeboden behandelingen maakten haar moe en ziek. Ze koos om geen behandeling meer te ondergaan.

Eén met haar paard

Wat haar hielp was haar hengst Pascal,van wie ze onafscheidelijk was. Dankzij de wietolie, vertelde ze, kon ze nog bijna elke dag een uur rijden. De pijn was dan dragelijk en ze voelde zich één met haar paard. Zo bleef ze de autonomie ervaren die zo belangrijk voor haar was. Het leek of het paard haar lichaam aanvulde met zijn energie en kracht. ‘En dat door de wietolie,’ zei ze met nadruk. Terwijl ze dit vertelde schoot ze regelmatig in de lach en zei: ‘Niet verder vertellen hoor, volgens mij is het illegaal.’ Ik lachte mee en voelde me intussen een beetje medeplichtig. De wietolie kocht ze via internet. ‘Dat is best duur,’ ging ze verder, ‘maar ik heb de man een e-mail geschreven met mijn verhaal en nu krijg ik het spul voor de helft van de prijs.’ Zo kreeg ze van alles voor elkaar. Dat gaf kleur aan haar leven en aan onze gesprekken, in combinatie met haar optimisme, betrokkenheid en gedrevenheid om zo lang mogelijk bij haar dochters te zijn en haar paard te berijden.

Medicinale wietolie en autonomie

Door haar te laten vertellen over het gebruik van de wietolie en de voordelen die ze ervan ervoer, kwam ik meer te weten over wat ze nodig had. Deze cliënte had behoefte aan een grote mate van autonomie in het kiezen van de aanpak in de palliatieve fase van haar ziekte. Het ‘kiezen’ voor wel of geen volgende behandeling was voor haar niet genoeg. Ze wilde actief blijven, haar leven vorm blijven geven en zo veel mogelijk zelf de regie hebben. In de gesprekken kwam dit onderwerp regelmatig aan bod, waarbij ik haar vooral liet reflecteren op haar ervaringen en mogelijkheden. De kwaliteit van haar leven, hoe kort ook nog, stond voorop.

Geen afscheid

Ik heb geen afscheid van haar kunnen nemen. Dat wilde ze niet. Ze maakte altijd een nieuwe afspraak. ‘Ik neem geen afscheid van je. Tot de volgende keer,’ zei ze na elk gesprek en gaf me dan een knuffel. Toen zij niet meer verscheen voor gesprekken, bleek ze bij navraag te zijn overleden. Ik schat in dat ze ook een sprankje kleur heeft kunnen toevoegen bij het afscheid van haar leven.


Deze column van Joyce verscheen eerder in Tijdschrift Psychosociale Oncologie, 2017, Jaargang 25, Editie 3, pag. 22.