1 februari, 2016

In 1985 overleed mijn vader aan de gevolgen van pancreaskanker. Ik was toen 29 jaar en vijf jaar werkzaam als klinisch psycholoog. Na de diagnose in 1984 wisten we dat hij ongeneeslijk ziek was. Samen met mijn moeder, broers en zussen hebben we hem gedurende het ziektejaar met veel warmte, liefde en praktische steun omringd.

Door: Dr. Bram Kuiper, directeur HDI

HDI_Bram_01_col_printMijn vader was een intellectuele man die verbleef in een wereld vol boeken en filosofieën. De ziekte maakte hem open, ook omdat wij veel van hem wilden weten over vroeger en over hoe hij zijn ziekte ervaarde. Hij omschreef het als een onverwacht verblijf in een vreemd land waar hij de mores nog van moest leren kennen. Mijn vader was zendingsarts en runde samen met mijn moeder in de jaren ’50 van de vorige eeuw een ziekenhuisje in Sumba (Indonesië). Het was of hij weer terug was in vreemde oorden. Ik had goed contact met hem.

Op een dag was hij wat benauwd en ik duidde dat als een gevolg van zijn gespannenheid. Ik deed met hem een ontspanningsoefening. Het deed hem goed, hij ontspande, maar de benauwdheid werd niet veel minder. Drie dagen later werd er door de oncoloog 2 liter vocht achter zijn longen weggehaald vanwege uitzaaiingen. Ik werk inmiddels 27 jaar in de oncologie en weet dat ik me toen voor het eerst realiseerde dat werken met kankerpatiënten aan psychologen extra eisen stelt, dat het een vak apart is. Het vraagt om up-to-date gespecialiseerde kennis en ervaring op medisch en psychologisch gebied, want anders maak je fouten, hoe goed je hulp ook is bedoeld. Gelukkig nam mijn vader het mij niet kwalijk.

Het HDI staat al decennia voor topkwaliteit. Al onze psychologen beheersen het aparte vak tot in de finesses. We houden elkaar scherp en leren dagelijks van elkaar. In combinatie met onze afdeling wetenschappelijk onderzoek komen we tot het beste voor onze cliënten. Niet voor niets scoren wij ver boven het landelijk gemiddelde als het gaat om het verminderen van klachten als angst, somberheid en vermoeidheid. Dat is voor ons geen feit om mee te pronken, wel een gegeven dat ons stimuleert op de ingeslagen weg door te gaan.

Als zoon van een zendingsarts droom ik er wel eens van dat in Nederland veel meer mensen met kanker én hun naasten van onze zorg gebruik zouden kunnen maken. Daarover een volgende keer.